Door: IJsbrand Swart, citizen science groep Waterkwaliteit Reeuwijkse Plassen
In augustus 2026 is de waterkwaliteit in kaart gebracht door de Citizen science werkgroep Waterkwaliteit Reeuwijkse plassen. Op 14 locaties heeft de werkgroep watermonsters genomen en deze geanalyseerd op de ecologische waterkwaliteit (welke waterdiertjes zien we), de zuurgraad (pH-waarde) en het nutriëntengehalte (hoeveelheid voedingsstoffen). Deze metingen bieden inzicht in de ecologische toestand en de druk waaronder dit kwetsbare watersysteem staat.
Natuur in de veenplassen staat onder druk
De biologische waterkwaliteit is in 2026 licht verbeterd ten opzichte van 2025. Dat blijkt uit de aanwezigheid van bijzondere en gevoelige waterdiertjes. Het aantal van deze soorten is echter nog laag. Dat wijst erop dat de natuur in de veenplassen onder druk staat en dat de waterkwaliteit nog onvoldoende is om gezonde populaties van met name gevoelige soorten in stand te houden.
De natuur wordt belast door een combinatie van een relatief hoge pH-waarde (rond 8,5, wat betekent dat het water basisch is) en een aanhoudende toevoer van voedingsstoffen. Deze omstandigheden vormen een bedreiging voor de natuurlijke waterkwaliteit en de biodiversiteit.
Overzicht meetwaardes waterkwaliteit
Benieuwd op welke locaties gemeten wordt, welke waardes waar gemeten zijn en welke waterdieren zijn geteld? Klik op de link: Waterkwaliteitsmetingen aug 2026
Lees verder voor een verdere uitwerking van de metingen.
1. Ecologische waterkwaliteit en kritische soorten.
De ecologische waterkwaliteit is in 2026 licht verbeterd ten opzichte van 2025.
- Aanwezige populaties van kritische soorten: Zeer gevoelige soorten zoals kokerjuffers, (zwemmende en platte) haften en de waterspin, zijn waargenomen in begroeide sloten. Het gaat echter in vrijwel alle gevallen om incidentele vangsten van slechts één of twee dieren. In de watermonsters uit de plas zijn ze niet gezien. Er is dus geen sprake van robuuste, zichzelf in standhoudende populaties.
- Dominantie van tolerante soorten: Op vrijwel alle locaties zien we robuuste, tolerante tot zeer tolerante soorten, zoals massale hoeveelheden watervlooien en watermijten. Hoewel deze soorten in een veengebied positief bijdragen aan het weggrazen van algen en de waterhelderheid bevorderen, maskeert hun massale aanwezigheid de feitelijke armoede van de overige fauna. Een gezond veensysteem zou aanzienlijk grotere populaties moeten tonen van middel- tot hooggevoelige insectenlarven.
Voor een kijkje in de waterbak: Een watermonster vol leven
2. Zuurgraad (pH waarden)
De pH-waarden van het water variëren tussen de 7.5 en 8.7, waarbij de meerderheid van de metingen rond de 8.5 ligt (boven neutraal).
- pH waarden zijn atypisch: De pH-waarden zijn met 8.0 tot 8.9 licht basisch (boven neutraal) en stabiel gebleven over beide jaren. Deze waarden zijn atypisch hoog voor een natuurlijk, afgesloten hoog- of laagveensysteem. Door de afbraak van veen en de aanwezigheid van humuszuren wordt doorgaans een meer neutrale tot licht zure pH (5.5 – 7.0) verwacht.
Deze structurele basificatie, ofwel een pH-waarde hoger dan 8.0, is vermoedelijk de hoofdoorzaak voor het verdwijnen van de kritische fauna. Op bepaalde locaties (Breevaart en Elfhoeven) kan het veroorzaakt worden door de inlaat van gebiedsvreemd water, wat de natuurlijke chemie van een veenplas kan verstoren. De Reeuwijkse plassen zijn in principe afgesloten voor de inlaat van vreemd water (behalve via de Breevaart). Een aanname is dat de hogere pH ontstaat door sterke fluctuaties in CO2 door overmatige algengroei gedurende de dag. Nader onderzoek is gewenst om een gefundeerde conclusie te kunnen trekken.
3. Nutriënten (ppm)
De metingen van de opgeloste voedingsstoffen (nutriënten) schommelen tussen de 280 ppm en 410 ppm.
- Nutriënten duiden op een continue, lichte tot matige voedselverrijking van het systeem.
De relatief lagere waarden (280 – 290 ppm) worden uitsluitend gemeten in enkele geïsoleerde sloten, waar we dan ook de zeer gevoelige waterdieren aantreffen. Het fosfaatoverschot (eutrofiëring) leidt tot een overvloed aan algen en zwevend materiaal, wat een explosie van watervlooien die deze algen eten veroorzaakt. Dit zuurstof- en voedselrijke, maar eenzijdige milieu voorkomt dat gevoelige, kritische soorten zich in grote getalen kunnen vestigen.
Er is een duidelijke verhoging van nutriënten zichtbaar in gebieden met invloeden van buitenaf. Locaties met landbouwinvloed en de grote, doorstroomde wateren, Elfhoevenplas en Breevaart, scoren aanzienlijk hoger. Deze verhoogde nutriëntendruk stimuleert algengroei en slibvorming, wat de leefomgeving van waterdieren die afhankelijk zijn van schoon, zuurstofrijk en structuurrijk water direct aantast.

